| |
recente artikelen
| Interview in Internationale Samenwerking -
vrijdag 7 mei 2010 |
|
Na microkrediet wordt investeren in het midden en
kleinbedrijf in Afrika steeds populairder. Een aantal Nederlandse
pioniers pakken samen met Afrikaanse partners de kansen.
Begin 2008 namen de Keniaanse doktoren Wairioko Ndiba en
Peter Wambugu een ingrijpende beslissing. Hun drie privé klinieken in
Nairobi liepen goed, ze maakten winst en de vraag naar medische hulp
bleef groeien. Meridian Medical Centre moest uitbreiden. Het enige
probleem: kapitaal. “We gingen bij verschillende banken langs om geld te
lenen, maar de gevraagde rente lag steeds rond de 18 procent. Dat
konden we niet betalen”, vertelt dokter Ndiba in zijn kliniek in het
luxe Yaya winkelcentrum in Nairobi.
De twee artsen besloten om een
deel van hun bedrijf te verkopen aan een investeerder. Ze kwamen terecht
bij het Nederlandse TBL Mirror Fund, dat investeert in Keniaanse SME’s;
Small en Medium Enterprises, oftewel het midden- en kleinbedrijf. Het
TBL-fonds kocht in juni 2008 een ‘significant minderheidsbelang’ in
Meridian. Met het ingebrachte geld konden de twee artsen flink
uitbreiden, zonder een zware schuldenlast. Een jaar later blijkt de
samenwerking succesvol. Ndiba: “In een jaar tijd is onze winst
verdubbeld en hebben we drie keer zoveel mensen in dienst. En in
december openen we onze achtste kliniek.”
Grootste
portefeuille
De andere eigenaar van die klinieken huist in het
oer-Hollandse Kortenhoef. Tegen een decor van dobberende bootjes leidt
Jacco Brink (35) hier het TBL Mirror Fund. Samen met goede vriend
Joachim Westerveld startte hij twee jaar geleden het fonds na ervaringen
met het opzetten van een handel in stierensperma in Pakistan. Brink:
“Er bleek daar een enorm gat op de kapitaalmarkt, er was bijna geen
aanbod tussen microkrediet en institutionele investeringen. Veel lokale
bedrijven zaten echt te springen om geld zodat ze konden groeien.”
Terwijl
zijn partner in Pakistan de zaken waarnam ging Brink langs potentiële
investeerders om geld op te halen voor een MKB-investeerdersfonds. In
oud Bols-topman Robert-Jan van Ogtrop vond Brinkhij een goede
investeerder èn partner. Van Ogtrop wilde destijds eigenlijk een
microfinancieringsbank opzetten, maar Brink haalde hem over om geld te
stoppen in het MKB. “Ik vertelde hem dat je in de MKB-sector echt een
impact kunt maken. Vooral in Oost-Afrika groeien moderne bedrijven in de
ICT en dienstverlening fors.” Dat sprak aan. Mede dankzij het netwerk
van Van Ogtrop investeerden tot nu toe zestig personen samen totaal
zeven miljoen euro in het TBL fonds. Onlangs legde de Nederlandse
ontwikkelingsbank FMO daar nog eens drie miljoen bij.
Dat is geen
toeval. Naast het TBL Mirror Fund werden in de afgelopen twee jaar nog
drie andere Nederlandse fondsen opgericht die in het MKB in
ontwikkelingslanden investeren; InReturn, SOVEC en XSML. Ook in het
beleid van FMO is deze trend terug te zien. De bank investeert nu
volgens directeur private equity Yvonne Bakkum meer dan 200 miljoen euro
in 38 Afrikaanse fondsen, waarvan zeker dertig weer investeren in
kleine en middelgrote bedrijven. Anderhalf jaar geleden waren dat er nog
geen twintig.
Hoewel de MKB-investeringen in absolute getallen nog
achterblijven bij andere regio’s, is er dus wel degelijk een
aandachtsverschuiving naar het continent. “Afrika is nu al onze grootste
investeringsportefeuille”, aldus Bakkum. De International Finance
Cooperation (IFC), de private tak van de Wereldbank, investeert al meer
dan 500 miljoen dollar in financiële instituties gericht op het MKB in
Afrika. En de organisatie EMPEA rekende uit dat er door Afrikaanse
private equity fondsen in 2008 drie keer zoveel geld werd opgehaald als
in 2005, namelijk 2,2 miljard dollar.
Uitgebreide rapportage
Bakkum
verklaart de groei uit het verbeterde investeringsklimaat in Afrika.
“Het is politiek stabieler en we zien ook een structurele economische
groei in veel Afrikaanse landen.” Zelfs Brink van het TBL- fonds zegt
nauwelijks last te hebben gehad van politieke instabiliteit, terwijl hij
begin 2008 te maken had met twee politieke crises in zowel Kenia als
Pakistan. “Even dacht ik dat ik beter een friettent in Baghdad had
kunnen beginnen”, lacht Brink, “maar na een week konden we in Kenia
alweer aan het werk.”
TBL heeft ook een lokaal kantoor in Nairobi,
waar fondspartner Eline Blaauboer zich actief bemoeit met de in totaal
vier bedrijven waarin tot nu toe werd geïnvesteerd. Daarnaast is ze
voortdurend op zoek naar nieuwe potentiële partners. Aan de investering
gaat steeds een uitgebreide rapportage vooraf, die moet worden
beoordeeld door de board of investors van het TBL fonds. Ook worden bij
elke deal TBL-investeerders uit Nederland betrokken die speciale kennis
van zaken hebben - in het geval van Meridian een bestuurder van
ziekenhuizen en iemand uit de medische advieswereld. Zo wordt er naast
geld ook kennis in de nieuwe partner geïnvesteerd.
Winst is het
hoofddoel, want uiteindelijk verwachten de investeerders een rendement
op hun investeringen. En TBL moet er zelf ook aan verdienen. Brink: “Wij
zijn altijd minderheidsaandeelhouder. Het grootste gedeelte van de
bedrijven is in handen van Kenianen, dus het meeste geld blijft daar. En
bovendien bouwen we een bedrijf op dat bijdraagt aan de lokale
economie.”
Pakken sinaasappelsap
Het scheppen van meer
banen is geen vast omschreven doel bij TBL. Anders ligt dat bij het
Nederlandse fonds XSML. Dit fonds investeert direct in het MKB - in
Congo en in de Centraal Afrikaanse Republiek - en indirect in
verschillende MKB-fondsen in Afrika, Azië en Zuid-Amerika. “Door de
bedrijven te laten groeien creëren wij werkgelegenheid. Dat is
essentieel. En we willen dat lokale arbeidskrachten genoeg verdienen om
geld over te houden voor gezondheidszorg en onderwijs”, vertelt
oprichter en directeur Jan Vos (37). Samen met de Universiteit van
Amsterdam wil hij een ‘meetmethode’ ontwikkelen om de sociale impact van
de investeringen te meten.
Ontwikkelingssamenwerking werkt volgens
Vos vaak eerder afhankelijkheid in de hand dan zelfredzaamheid. In zijn
ogen moet vooral het ondernemerschap in ontwikkelingslanden worden
gestimuleerd. “In Ghana vallen de sinaasappels overrijp uit de bomen,
maar tegelijkertijd worden pakken sinaasappelsap uit Amerika
geïmporteerd. Nu zijn er lokale ondernemers opgestaan die met
investeringskapitaal uit Nederland een sapfabriek hebben opgezet: dat is
toch prachtig!”
Vos verwacht dat het rendement op zijn investeringen
in MKB-fondsen rond de 17 procent zal liggen. Ontwikkelingsbank FMO
deed onlangs een interne analyse waarin ze haar private equity
investeringen over de laatste tien jaar tussen rijke, middelrijke en
arme landen vergeleek. Hoewel de middelste categorie de beste resultaten
opleverde, lag het gemiddelde rendement op investeringen in de arme
landen, waar bijna alle Afrikaanse landen in vallen, boven de 20
procent. Daarmee deden de arme landen het relatief beter dan de
allerrijksten.
Pionier Vos wijt de voorlopig schoorvoetende
belangstelling voor investeren in Afrika, aan het slechte imago van
Afrika. Hij wijst liever op het potentieel van Afrikaanse landen. “In
Congo wonen 70 miljoen mensen maar op de markt zijn er bijna geen
koelcellen voor de opslag van vlees en vis. In Kinshasa stond ik in een
koelcel met een ondernemer die geen geld had om een nieuwe generator te
kopen. In die mensen wil ik graag investeren.”
Voorzitter van de
raad van commissarissen van het TBL fonds Robert Jan van Ogtrop komt met
een andere oorzaak. “De meeste klassieke investeerders vinden Afrika nu
nog te eng. Het risico op valutaschommelingen en politieke crises is
voor hen nog te groot.” Daarnaast is het werken met lokale banken soms
lastig. Geldtransacties zijn duur voor de relatief kleine
MKB-investeringen die gevraagd worden, zegt Van Ogtrop. Hij noemt
investeren in het Afrikaanse bedrijfsleven dan ook nog ‘een avontuur’.
De investeerders van het TBL fonds met wie hij het fonds begon kende hij
in het begin allemaal persoonlijk. “We hebben het bij mij in de
huiskamer opgezet. Iedereen van ons had wat met Afrika en wilde daar
graag geld en kennis in investeren.”
Maar als je het zo brengt dan
lijkt investeren in Afrika nog een beetje op liefdadigheid. Maar daar is
Van Ogtrop het niet mee eens. “Dit werkt alleen als je het ook zakelijk
benadert. Ik noem het investeren met een sociale slag. Je stelt je
zakelijk op maar intussen doe je wel wat terug voor dat deel van de
wereld.”
Tekst: Jeroen Visser
Beeld: Sven
Torfinn
Klik hier voor hele artikel: http://www.isonline.nl/?node_id=65598
Terug naar de vorige pagina >
|