| |
recente artikelen
| Opinie: Waar staat onze regering in de Knoflookcrisis? -
vrijdag 7 mei 2010 |
|
Het optreden van de Europese regeringsleiders in de huidige crisis is niet overtuigend en daardoor blijven we in een economisch gevaarlijke situatie verkeren. Er moet orde op zaken worden gesteld. Ook onze regering was niet snel van begrip in de Griekse crisis. Op 4 maart schreef de demissionaire Minister van Financiën nog aan de Tweede Kamer dat hij Griekenland niet zou steunen, in april stelde hij dat er 1,8 miljard zou worden toegezegd en inmiddels zitten we op een toezegging van 5 miljard. Van ‘njet’ naar 5 miljard in twee maanden is geen voorbeeld van ‘kordaat optreden dat hulde verdiend’, zoals Jack de Vries, de spindocter van het CDA, op Twitter claimde.
Integendeel, na het getreuzel heeft onze demissionaire regering een blanco cheque uitgeschreven. Wouter Bos stelde als minister van Financiën bij het ingrijpen tijdens de bankencrisis scherpe criteria en waar nodig trok hij het complete bankbestuur naar zich toe. Wat moeten we nu doen als de Grieken over drie maanden toch weer blijken te jokken? Alsnog de kraan dichtdraaien en het land failliet laten gaan?
Het ontbreekt aan een mechanisme om de schuldenproblematiek niet naar andere landen te verplaatsten. De Portugese kranten schrijven nauwelijks over de gigantische problemen van het land. Het tempo waarin de staatsschuld als percentage van het BNP – en dus de rente op staatsobligaties oploopt is schrikwekkend. De schuld klimt door het gebrek aan economische groei van 70% naar ruim 90% en de rente is nu 5.6%. Dit is bijna gelijk aan de rente die Griekenland een maand geleden moest betalen! De cijfers zijn iets beter in Spanje, Ierland en Italië, maar een doemscenario is helaas een realistische mogelijkheid.
Er zijn drie zaken nodig om nu orde op zaken te stellen. Ten eerste moet de Europese Rekenkamer verdergaande bevoegdheden krijgen om de begrotingen van lidstaten te controleren, er moet gevraagd en ongevraagd inzage kunnen worden gegeven, jokken kan dan niet meer. Daarnaast moeten de criteria bij het toekennen van steun voor iedereen helder zijn, dit betekent dat niet alleen het IMF, maar ook de EU toezicht kan houden op de naleving van de afspraken. Tot slot moet er een mechanisme komen om landen die in de problemen raken direct en zonder voorbehoud bij te kunnen staan. Ook daar zal de EU extra bevoegdheden moeten krijgen, bijvoorbeeld in de vorm van een eigen mandaat om financiële steun te verlenen. Het is immers gebleken dat de samenwerking tussen lidstaten bij een crisis te lang op zich laat wachten.
We kunnen de armere EU-landen niet laten omvallen omdat onze net enigszins herstelde banken, met leningen aan deze landen, dan onmiddellijk weer in de problemen komen. We willen deze landen ook niet laten omvallen omdat we solidair moeten zijn in moeilijke tijden. Maar het ingrijpen moet krachtig en zonder aarzelen zijn, met overzicht op de hele Europese Unie.
Jan Vos
Terug naar de vorige pagina >
|